2 juli 2013

Haal Snowden naar Nederland


De EU is woedend, Parijs boos en Merkel bedroefd. En blijft het daarbij? Ik vraag het maar omdat ik voor Edward Snowden, de klokkenluider par excellence, het ergste vrees. Want het was Snowden die de wereld vertelde dat (en hoe) de VS miljoenen Amerikaanse en Europese burgers systematish en constant bespioneert. En het is Snowden wiens positie nu in gevaar is. Zijn opties voor asiel worden met het uur kleiner. Ecuador leek een goeie uitvalsplek, maar ging uiteindelijk door de knieen voor Amerikaanse druk. China heeft hem, na vermoedelijk alle relevante informatie gelezen te hebben die Snowden op zijn vier laptops heeft staan, laten verrtrekken naar Moskou. En als Rusland gezien heeft wat de VS op het gebied van bedrijfs- en politieke spionage hebben uitgevoerd, zullen ook zij Snowden vermoedelijk de deur wijzen. Dus waar dan heen?

Ik zeg: Nederland. Wij mogen graag onze nek uitsteken, we zijn niet bang de voortrekkersrol te vervullen, wij werpen ons graag op als er internationaal hand- en spandiensten moeten worden verleend.


Is Snowden een held? Geen idee. Maar als Daniel Ellsberg zegt dat we te maken hebben met het belangrijkste materiaal dat ooit gelekt is in de Amerikaanse geschiedenis, dan luister ik. Want Ellsberg was mijn held. Als militaire analist maakte hij in 1971 de Pentagon Papers openbaar. Daarin werd duidelijk hoe Washington haar burgers om de tuin leidde inzake de oorlog in Vietnam. Ellsberg, nu alom gerespecteerd, werd toen verguisd en veroordeeld. Hij was een van de redenen waarom ik de journalistiek in wou. Hij was ook een van de redenen waarom ik mezelf voorhield dat, als het om regeringsaangelegenheden ging, de overheersende emotie wantrouwen moest zijn. Tot dien verstande heb ik op mijn werkkamer een cartoon van een pissende hond aan de muur. Om me te herinneren aan het Engels gezegde dat een journalist zich immer behoort te verhouden tot de overheid als een hond jegens een lantaarnpaal. 


 'De VS zijn geen politiestaat, maar hebben wel de elektronische en juridische infrastructuur er een te worden', schreef Ellsberg in de Guardian. Er is geen reden aan te nemen waarom die infrastructuur niet gebruikt zou worden om legitieme protesten in de kiem te smoren. Onder Obama worden Amerikaanse verslaggevers die werken aan verhalen die van publiek belang zijn, afgeluisterd. Hun emails worden onderschept zodat hun bronnen op hun beurt in het geniep kunnen worden afgeluisterd. En dat is maar een van de gevolgen van de invasie van onze privacy. Dat het onderzoeksjournalistiek lastig, zo niet onmogelijk gaat maken.

Over veertig jaar is Edward Snowden gerehabiliteerd. Of vergeten. Maar zijn onthullingen niet. Zij zullen leiden tot een discussie over surveillance en afluisterpraktijken door de staat. Een discussie die trouwens niet mogelijk is zonder de onthulling van wat de staat zoal afluistert. Dus, Den Haag, geef Snowden asiel. Verwelkom hem in Nederland. Zet hem te werken op een van je eigen ministeries. Negeer de druk uit Washington in de wetenschap dat de geschiedenis zal bevestigen dat je het lef had te kiezen voor de kant van de good guys.





12 juni 2013

koningin Camilla

Je gaat drie weken op vakantie en bij terugkeer voel je al meteen dat er iets veranderd is. Engeland ligt er anders bij. Hoe, dat laat zich lastig definiëren, maar het is niet meer hetzelfde land. En dan, nog voordat je stinkende kleren (de vakantie was een kampeersafari in een overwegend waterloze regio) door hun eerste wascyclus heen zijn, weet je wat er in jouw afwezigheid gebeurd is. Camilla, landelijke haatfiguur sinds de jaren negentig, door onderdanen eens met broodjes bekogeld op het parkeerterrein van haar plaatselijke supermarkt, is opeens een National Treasure. De landelijke schandpaal, de rottweiler, de wicked witch of Wiltshire, is nu 'een grote aanwinst voor de koninklijke familie'.  Hoe kon dat zo gebeuren?

Toen Camilla nog Parker Bowles heette was ze de lont onder Het Sprookjeshuwelijk. Vanwege haar affaire met prins Charles, was Camilla de schuld van Diana's ongelukkige leven en van haar tragische dood. Camilla kon nooit koningin worden. Ze zou altijd gehaat, of als het meezat impopulair blijven.

Dat Charles voor haar viel was te begrijpen. Camilla was alles was wat de neurotische Diana niet was; stabiel, nuchter, slordig en relaxed. Ze was een paardrijdend plattelandstype met een stem die een labrador van drie graafschappen verder kon terug roepen. 'Ze kan zo van een paard af springen en een avondjurk aantrekken zonder eerst in bad geweest te zijn', zei eens een vriendin.

Dat is nu wel anders. Camilla glanst en schittert voor de camera's terwijl de pers superlatieven tekort komt voor het beschrijven van haar huid, haar en hoed.  Camilla is de 'dazzling Duchess'. Niet dat de rehabilitatie vanzelf ging. Er was een leger PRadjudanten en kappers mee gemoeid, yoga- en pilateslessen en stijladviseurs. Maar Camilla kan nu, als een echte royal, een tiara dragen zonder dat meute en media in opstand komen.

Wat nooit zou gebeuren is geschied. Diana is zo goed als vergeten. Niets in Londen herinnert meer aan haar, een gigantisch voetbad in Hyde Park, de 'Diana Herdenkingsvijver' uitgezonderd. Als Charles koning wordt, wordt Camilla koningin. Volgens sommigen is ze dat al. Vorige maand in Parijs, tijdens haar eerste solotoernee in het buitenland, liet een Franse ambtenaar weten erg onder de indruk te zijn 'van de Britse majesteit'.

16 april 2013

Het Thatcher tijdperk


Onze buren in Londen gedurende het Thatchertijdperk, waren bescheiden, lichtbejaarde Britten. Ze waren vriendelijk, saai en overtuigende aanhangers van Thatcher. Dat laatste was het belangrijkst. Het betekende dat de wederzijdse verhoudingen gedoemd waren tot een koude vrede. Bij verkiezingen hingen zij blauwe balonnen aan het tuinhekje en portretten van de leider voor de ramen. Mijn echtgenoot, vanaf zijn vijftiende Labouraktivist, nam wraak door ons huis van boven tot onder met rode Labourposters te beplakken. Met nadrukkelijke uitzondering van mijn werkkamer op de eerste verdieping die weer een oranje/gele Liberale zône was. Als het ging om politieke eensgezindheid konden de Noord-Ieren van ons nog een hoop leren. Leven in Thatchers Engeland betekende, letterlijk, kleur bekennen. De complexiteiten van een westerse, laat 20ste eeuwse samenleving kwamen er hier niet in. Het was them and us, zij en wij, donker versus licht, links tegen rechts. 

En wie niet voor haar was, was tegen haar. Thatcher had een kinderlijke nostalgie naar oude zekerheden. Zij was de politiek ingegaan, zei ze eens, ‘vanwege het conflict tussen goed en kwaad’. Linksige typen waren de schuld van alle ellende sinds de plaag. Ooit tobde ze met een toespraak waar haar speechschrijver een sketch had ingesmokkeld van Monty Python. Thatcher, die geen grein humor had, wilde weten wie die Monty Python was en vooral: ‘was hij een van ons?’  

Thatchers Engeland was een slag minder tolerant dan het huidige. Toen de Anglikaanse aartsbisschop voorstelde om in een dienst na de Falklandsoorlog ook de nabestaanden van de Argentijnse doden te herdenken, viel ze hem bijna aan. Thatcher deed niet aan empathie of compassie, tenzij het een persoonlijke connectie betrof. Compromissen waren een teken van zwakte of verraad. ‘Ruziemaken is haar sterkste kant’, zei eens een oud minister. Thatcher vond de klasseverschillen niet uit, maar verscherpte ze wel. Ze verdeelde haar partij, het land en de huisdieren. Ik kende tenminste mensen die zeiden dat hun mond begon te blaffen zodra ze op TV verscheen. ‘Ieder gesprek, ieder etentje was een standpuntbepaling’, zei een vriendin gister. ‘Voor of tegen het opheffen van privéscholen, voor of tegen de mijnstaking, voor of tegen schoudervullingen’. 

In mijn Londense vriendenkring werd Thatcher gehaat met een passie. Haar naam was een scheldwoord. Op scholen leerden kinderen een hekel aan haar hebben. Toen mijn kinderen eenmaal de leerplichtige leeftijd hadden was Thatcher al lang vertrokken, maar haar naam zou een vloek blijven. Op een peuterspeelzaal hoorde ik een keer kinderen brullen: ‘Thatcher, Thatcher, Thatcher, Out, Out, Out’. 

De meeste van mijn linkse vrienden trokken financieel profijt van de Thatcherjaren. Ze zagen hun huizen vele malen in waarde stijgen, terwijl mijn buren hun politieke loyalteit nooit op die manier gewaardeerd zagen. Pas nadat ze kort na elkaar overleden, zag ik hoe arm ze geweest waren. De avond voor de begrafenis mochten we voor het eerst de drempel van de voordeur over. Het meubilair was tot op de draad versleten. Op het vloerkleed onder de tafel zaten gaten waar de stoelpoten gestaan hadden. Terwijl wij juist, zoals een vriend het ooit formuleerde, ’de mensen geworden waren waar we vroeger stenen naar wilden gooien’. 

14 maart 2013

Super rijk en super ongelijk



Toen ik eind jaren zeventig in Londen ging wonen, leek geen land verdeelder dan Engeland. De klassenverschillen waren groot en in your face. Rechts de rijen wit gestucte huizen met voorname pilaren en links, twee honderd meter verder, woningen die in Londen ‘goedkoop’ heten en bij ons ‘onbewoonbaar verklaard’. Je hoefde de kinderen bij de bushalte ‘s ochtends maar te horen, om te weten dat zij hun onderwijs op een ander instituut genoten, dan de jongens van de overkant die in hun donkerblauwe  schooluniform met stropdas, per auto afgevoerd werden naar de priveschool. Dat daar geen revolutie van komt, dacht ik toen.

Feit is dat, hoewel de meeste Britten zich tegenwoordig middenklasse noemen, de afstand tussen de haves en have nots alleen maar is toegenomen. En daar kunnen ze hier prima mee leven. Beter; de verschillen worden zelfs aangewakkerd. Een prachtig voorbeeld is quantative easing. QE is een dure term voor het bijdrukken van geld. Het is een methode om, zeggen de BBC journaals, de economie op te peppen. En zo werd in luttele jaren ruim 400 miljard euro aan de banken overhandigd met het vriendelijk verzoek dat geld te gebruiken voor leningen aan bedrijven en huizenkopers. En wat blijkt? Er is het afgelopen jaar door de banken juist minder geleend.  De Britse economie, intussen, ligt nog immer op zijn gat, waarop het zich langzaam naar een triple dip recessie sleept. Wat er dan met die miljarden gebeurd is, hoor ik u vragen? Die hebben geholpen de aandelenmarkt naar recordhoogte te stuwen. 

‘We zitten allemaal in hetzelfde schuitje’, zei Dave Cam toen hij net premier was en uitlegde waarom er zo fors bezuinigd moest worden. Ik moest eraan denken toen ik op een site las dat de lonen van de grootste veelverdieners in Groot Brittannie met 12% gestegen waren en in de Independent, dat de helft van alle Britse kinderen binnen twee jaar zal opgroeien in gezinnen die onder of tegen de armoedegrens aan zitten.

Dat Londen de superrijken niks in de weg legt is bekend. Kern van de fiscale politiek is om de City, die een onverantwoord groot onderdeel van de economie uitmaakt, tevreden te houden. Het verklaart waarom van alle Europeanen alleen de Britten zich verzetten tegen het korten op bankiersbonussen. De toekomst van Groot Brittannie is, zei eens economisch verslaggever Evan Davis, ‘als de butler van de wereld’.

Dat nergens in de ontwikkelde wereld de ongelijkheid sneller steeg dan in het Verenigd Koninkrijk, is even bekend als het wekelijks salaris van Wayne Rooney (300.000 euro).  Maar het blijft een rare gedachte dat Groot Brittannie wat inkomensverdeling betreft, in 1978 een meer gelijk land was dan het sindsdien geweest is.