11 augustus 2016

Londen. Voor al uw cynisme



Ik had gister een (vrij) lang gesprek met mijn zoon over het begrip doorgang. Jongste zoon werkt in een doorgangshuis voor dakloze jongeren, maar volgens mij dekt die term de lading niet meer. Doorgang suggereert een weg naar een bestemming, was mijn argument. En een kaartje voor de nachtbus kun je volgens mij geen bestemming noemen. Als je mensen verwijst naar een onderkomen met stapelbedden en een lauwe douche, kijk, dan heb je het over een bestemming. Geen permanente, maar wel iets definitiefs voor die nacht. Maar als de meeste night shelters in Londen zijn opgehouden te bestaan, en jouw taak wordt het uitdelen van enkeltjes aan mensen onder de 21 om in een nachtelijke dubbeldekker dezelfde route langs Charing Cross te rijden totdat de zon opkomt omdat het in ’s werelds vijfde grootste economie aan opvangcentra met bedden ontbreekt, werk je dan nog voor een doorgangshuis? U ziet mijn punt. Jongste zoon, op den duur, ook. Kom in Londen werken als je zoekt naar een dosis surrealisme om er je cynisme mee te verrijken. Vooral als je werk, dat doorgangshuis dus, op loopafstand ligt van de City, waar de bazen van ’s lands grootste bedrijven jaarlijks gemiddeld € 6.5 miljoen verdienen. Een stijging op 2015 met 10%.  Aldus een onderzoek eerder deze week van de High Pay Centre. 

In 1998, las ik laatst, nam een bedrijfsdirecteur, want zo heette CEO’s toen nog, 47 maal het loon van zijn gemiddelde werknemer mee naar huis. Nu is dat 130 keer. Waarmee Britse topondernemers, gerekend naar bedrijfsomzet, proportioneel de grootste verdieners ter wereld zijn. En waarom? De Britse economie heeft mazzel een recessie te ontwijken, zegt de Engelse Bank. De veel bejubelde groei van de laatste tijd was gebaseerd, blijkt, op hete lucht. Ook wel consumentenschuld geheten. Het hield jarenlang de deksel op de ketel van gebrekkige productiviteit, uitgeholde industrieën, tekort aan investering en een chronisch onvermogen te concurreren. Maar Brexit heeft de deksel weggeblazen. 


Als de signalen uit de City een groep deskundigen bekend voorkomt, dan moeten het ontwikkelingseconomen zijn, denk ik wel eens. Ga maar na. Een kleine sector die pakken geld genereert, waar een kleine groep mee vandoor gaat, tussendoor de economie van een hele natie uit balans trekkend. De financiële en sociale scheefgroei in Groot Brittannië is van adembenemende proportie. Zeker, het stikt in het VK van de iPads maar ook van de voedselbanken die de vraag niet aan kunnen. En van werknemers die pissen in een lege colafles omdat ze van de baas niet naar de w.c. mogen. En van vrouwen die hun nul-urencontract alleen kunnen omzetten in een vast contract als ze hun werkgever seksuele diensten verlenen. En dat alles doet mij meer denken aan India, dan aan, pakweg, Duitsland. Iedereen weet inmiddels dat maatschappelijke ongelijkheid slecht is voor de economie, maar de Britten kunnen maar niet breken met oude gewoontes, vastgeroest in de vrijste der vrije markten. Ik zie tenminste geen andere reden waarom het VK zich zo makkelijk laat vergelijken met een bananenrepubliek. 

2 juli 2016

Boos, bedroefd en verdeeld. De Brexistentiële crisis


Ruim een week na het referendum en de Britten kunnen maar niet wakker worden uit de boze droom die Brexit heet. ’Ik schaam me gewoon voor mijn ouders’, zegt het meisje achter de receptie van een West-Londense salon. ‘Ze hebben allebei voor uittreden gestemd. Ik heb ze nog zo gevraagd het niet te doen, en nu hebben ze mijn toekomst opgeblazen. We hebben er vreselijke ruzies over’. Ik was voor lichte afleiding de kapperszaak binnengelopen, maar er is niet aan te ontkomen. Brexit is overal. Het heeft families verdeeld en vriendschappen beeindigd. Inblijvers schrappen uitnodigingen voor verjaardagsfeesten, ‘omdat ik zonder geweer geen Brexiteer wil zien’, zegt een vriend. De ene helft van het land heeft de andere ‘unfriend’. In nagelbars en kebabtenten, niet echt hotbeds van politiek debat, en in bussen en de metro vang je gesprekjes op over Brexit. Ik kan me niet herinneren dat er zoveel over politiek gepraat werd in Londen. En met zoveel emotie. Britse vrienden omhelzen me met de somberte van een begrafenis. Ze zeggen zich ontworteld te voelen. Ze schamen zich Brits te zijn. Ze hebben gehuild, slapeloze nachten gehad en zich misselijk gevoeld bij de gedachte aan Europees isolement. Er is jaloezie op diegenen die op zolder geboorteakten hebben liggen, ooit achteloos in een schoenendoos gegooid, van Oostenrijkse en Spaanse grootouders. Met een dubbele nationaliteit heb je nog een toekomst in Europa. De Ierse ambassade heeft Britten opgeroepen geen paspoortaanvragen meer in te dienen. Het consulaat, dat gemiddeld twee honderd verzoeken dagelijks behandelt voor Ierse paspoorten, heeft er nu op een dag 4000 te verwerken gehad. Sinds ik mijn Britse schoonmoeder tranen in haar afwaswater zag huilen over de stakende mijnwerkers in de jaren tachtig, was er niet zo’n gevoel van doem. ‘Engeland heeft een nieuwe geschiedenis’, zegt een vriendin. ‘Er is een tijdperk voor Brexit en een erna’. De overwinning van de Uittreders heeft de omgangsvormen op straat, doorgaans civiel maar onverschillig, veranderd. Nationalisten triomferen met aanslagen en beledigingen op moslims en Europeanen die een maand geleden ondenkbaar waren. 

De regenachtige dagen na de referendumuitslag laten zich lastig rijmen met de laatste keer dat Groot Brittannië zich onderwierp aan zelfonderzoek. Bij de Olympische Spelen van 2012 presenteerde het land zich als zelfverzekerd, open, internationaal en verdraagzaam. Was het een illusie?, is de vraag in emails en op twitter. Hoe kan het dat niemand de culturele oorlog over inkomen, klasse en nationalisme zag aankomen? En is die terug te draaien? ‘Engeland is’, zei Mark Rutte, ‘politiek, monetair, constitutioneel en economisch in elkaar gestort’.  ‘Praten uw klanten nog ergens anders over?’, vraag ik een taxichauffeur. ‘Brexit is het enige onderwerp’, zegt hij. ‘Ik wilde bijna dat we het weer gewoon over Uber konden hebben’. Vroeg of laat zal de stemming omslaan. De Britten zullen zich weer bekommeren over de kwaliteit van het gazon en plotontwikkelingen bij Game of Thrones. Op den duur zullen de gevolgen van deze volksopstand leiden tot een nieuwe sociale en economische orde, maar voorlopig zitten de Britten vast in een landelijke catastrofe die ze enkel aan zichzelf te wijten hebben.

4 juni 2016

Brexit? Het ligt allemaal aan WO II




Als het VK op 23 juni besluit de Europese deur achter zich terug te trekken, dan ligt dat voor een groot deel aan de tweede wereldoorlog. Of liever, aan de Britse obsessie daarmee. Hoe de gebeurtenissen van 1939 - 1945 het landelijk denken bepalen, werd me voor het eerst duidelijk tijdens een uitzending van een regionaal, Brits TV programma. Het onderwerp was ‘Europa’, waar in dit geval, zoals zo vaak, de EU mee bedoeld werd. Ik was de enige Europeaan op het podium en waarschijnlijk ook in de zaal, waar een mevrouw de microfoon had opgeëist om me (retorisch) te vragen hoe het VK zich kon identificeren met landen die, als ze niet met Hitler geheuld hadden, door zijn leger onder de voet waren gelopen. We probeerden in 1940 wel degelijk de invasie te stoppen, pruttelde ik, totdat de Duitsers dreigden Amsterdam in de as te leggen. ‘So?’, zei de vrouw. Nou en? En daar was alles mee gezegd. 

Dit gebeurde ergens in de jaren tachtig. Ik woonde nog maar kort in Londen en had niet door dat de witte vlag hijsen teneinde je schitterende hoofdstad te sparen, voor de Brit geen excuus is. Had Winston Churchill niet laten zien dat terugvechten geen kwestie was van militaire krachtmeting, maar van principe? En wij, slappe zeikers, waren binnen een week gezwicht. 

Don’t mention the war? Als je de Britten de kans geeft, hebben ze het nergens anders over. De tweede wereldoorlog was hun finest hour. Het zou tevens de verschillen tussen het VK en het continent opnieuw definiëren. En zo bepalend dat ze 72 jaar goed bleven. De Europese Gemeenschap was de oplossing voor een continent dat conflict wilde begraven met coordinatie. Het afstaan van soevereiniteit was hiervoor een kleine prijs. Voor Britten was Europese toenadering het antwoord op een probleem dat ze niet hadden. Dus waarom hun soevereiniteit delen?

De Britten zijn niet anti-Europees of anti buitenlands. Ik woon in de meest diverse hoofdstad ter wereld. De tweede taal in Engeland is Pools. De Indiase curry is het nationaal gerecht. En met bijna een half miljoen Fransen, is Londen de vijfde grootste Franse stad. Er zijn weinig andere Europese landen waar buitenlandse invloeden zo makkelijk geabsorbeerd worden. Toen ik er kwam wonen was Londen de hoofdstad van Groot Brittannie, nu is ze van iedereen. Maar wat de Britten niet hebben is een gedeelde Europese identiteit. Het verklaart de totale onverschilligheid jegens de gevolgen van uittreding voor het vasteland. 

Britse politiek en cultuur zijn doordrenkt van een nostalgisch verlangen. ’We hebben meer gemeen met mensen in India en Australië dan met Duitsers en Fransen’, zei de vrouw in dat TV programma ook nog. De Britten waren nooit volwaardig lid van Team Europa. Ze waren de veeleisende, lastige, stampvoetende diva. Het was altijd zij en wij. 

De tweede wereldoorlog is overal. Van de 800 boeken die jaarlijks over Hitler geschreven worden, komt 80% uit Engeland. In geschiedenislessen op school domineren de wereldoorlogen. De periode 1939-1945 inspireert videospellen, opera’s, t.v. series en stripverhalen. Zeg ‘Duitsland’ tegen een Brit en er zal geen Angela Merkel, maar een swastika op zijn netvlies verschijnen. Ieder etmaal doemt er ergens wel een verhaal over WOII op. En vooral over het feit dat de Britten hem wonnen; een historisch gegeven waar voortdurend bij stilgestaan moet worden. In 2015 alleen al werden de bevrijding van Auschwitz herdacht, VE Day, de dood van Winston Churchill en de Hardest Day, waarbij Spitfires over Kent vlogen ter herdenking van iets waar eigenlijk niemand van gehoord had. De tweede wereldoorlog is een gebeurtenis die weinig zich meer herinneren, maar die bepaalt hoe Britten de wereld zien. En vooral de EU.


Zo erg is het toch niet, zei mijn Britse echtgenoot kort geleden aan het ontbijt, toen de obsessie met het verleden weer eens ter sprake kwam. Ik hoefde enkel triomfantelijk te wijzen naar de stapel recensies van de jongste Britse film, ‘Dad’s Army’ (‘Daar komen de schutters’). Want zo erg is het namelijk wel.

10 mei 2016

Boaty MacBoatface bedreigt Britse democratie



Heeft de Britse democratie nog wel bestaansrecht? Duizenden namen vorige week de moeite hun stem uit te brengen, om uiteindelijk toe te zien hoe hun wil door een arrogante élite genegeerd werd. De uitslagen voor verkiezingen voor een nieuwe burgemeester van Londen, een nieuw bestuur in Schotland en honderden gemeenteraadszetels in Engeland werden gerespecteerd, maar misschien wel de belangrijkste uiting van populaire voorkeur, werd de nek omgedraaid.

Een nieuw laboratoriumschip dat de Noord- en Zuidpoolse wateren gaat onderzoeken, zal namelijk niet de naam Boaty McBoatface krijgen, zoals een overweldigende meerderheid wilde, maar gaat David Attenborough heten. En David Attenborough, naar de wetenschapper achter talloze natuurdocumentaires, kwam niet eens tweede. In een vlaag van verstandsverbijstering of democratische geestdrift, had de Natural Environment Research Council (NERC) besloten het publiek te vragen een ‘inspirerende naam’ te bedenken voor de nieuwe, prestigieuze schuit. En die kregen ze. Bijna overweldigd door hun eigen creativiteit werden titels aangedragen als: It’s Bloody Cold Here, Usain Boat en Ice, Ice Baby. Maar de site crashte met Boaty McBoatface die, met 125.000 stemmen, de onbetwiste winnaar werd.  

Of ze soms ‘krankzinnig geworden waren’, foeterde een oud hoofd van de marine over zijn landgenoten. De man die de naam Boaty McBoatface geïntroduceerd had, bood zijn excuses aan. De minister voor wetenschappen pleitte voor begrip. De Britten snapten toch wel dat Londen met geen mogelijkheid een schip van € 260 miljoen met Boaty McBoatface in koeienletters op de zijkant, de oceanen op kon sturen.

Professoren van de NERC zijn vanmiddag in het parlement op het matje geroepen. De vaste kamercommissie van wetenschap en technologie wilde weten of de online oproep om naamsuggesties een triomf was geweest voor publiciteit voor de obscure organisatie of een ramp. En hadden ze niet beter moeten weten? Eh nee, zei professor James Wilsdon die zelf zijn stem op Boaty MacBoatface bleek te hebben uitgebracht.


Hoewel tenminste een minister vond dat de wil van het volk gerespecteerd moest worden, gaat het bewuste schip David Attenborough heten. Maar Boaty MacBoatface is niet helemaal van de kaart geveegd. Ze zal verder leven op een onderzeeër (jawel, een gele). Inmiddels is een nieuwe online petitie gestart die David Attenborough vraagt om zijn naam bij de wet te veranderen in Boaty MacBoatface. De revolutie kan niet ver weg meer zijn.