19 januari 2018

De paleisrevolutie van prinses Meg


Is Meghan Markle werkelijk perfect? Klopt het dat ze alles kan? Ik vraag het maar sinds ze zich gister liet ontvallen dat verloofde prins ‘macho militair’ Harry, een feminist is. Jawel.

Het verhaal tot nu toe. Amerikaanse actrice en ‘humanitaire activist’ verlooft zich met Britse oud militair die moet rondkomen van de staat. Zij is slim, slank en sexy. Hij heeft de beschikking over paleizen, personeel en een fortuin in de bank. Ze besluiten te trouwen, ondanks het feit dat de Amerikaanse een verleden heeft (ze is gescheiden). En dat ze ‘rijk en exotisch DNA’ bezit. ‘Zeventig jaar geleden zou ze de maîtresse geweest zijn van een prins, niet zijn echtgenote’, schreef een columnist van The Spectator.

Wie verzint zo’n verhouding? Het kan niet anders of de verloving van Harry en Meghan is het werk van scenarioschrijver Richard Curtis. Het is een ‘real life’ versie van Love Actually (de film die iedere kerst wel ergens op de Britse TV voorbijkomt), alleen beter. Ga maar na. De Britten snakken naar goed nieuws. Sinds het referendum over de brexit zit het land in een existentiële crisis. De Britten weten niet meer wie ze zijn en waar ze horen. Treed aan Meghan Markle die, nauwelijks vijf minuten in Londen, de feel good factor over een dankbare natie uitstrooit. Geen wonder dat de Britten uit haar hand eten. Maar blije Britten zijn nog geen garantie voor een happy ending. Er zijn struikelblokken. 

De achternaam. Markle, in de Engelse tongval, klinkt bijna als Merkel. Als in Angela Merkel, en dat is in hedendaags Groot Brittannie niet perse een voordeel. Een ander ding zijn de schitterend witte tanden. Markle’s gebit is van het soort dat straatverlichting overbodig maakt. De Britten, die hun gele stompen dragen als een misplaatst teken van nationale trots, vinden superwit een tikje vulgair. Het doet ze denken aan Donald Trump. En de vroegere pornoster Katie Price.

Sinds ze op Kensington Palace resideert, is Markle verteld haar mening voor zich te houden. Ze weet dat ze niemand mag beledigen (dat is bij de Windsors de taak van prins Philip) en dat ze ook niet meer kan zeggen dat Trump een vrouwenhater is en polariseert. Maar ook zonder je mond open te doen kun je revoluties bewerkstelligen. 

In de Londense metro hoorde ik twee jonge, gekleurde meiden enthousiast zijn over Harry en Meghan. Het is een indicatie van hoe groot het belang van het aanstaande huwelijk is. Markle heeft het eindeloze getob van de Britten over nationale identiteit een nieuwe draai gegeven. Harry’s verloofde gaat prat op haar etnische afkomst. Ze heeft openhartig gepraat en geschreven over haar leven als vrouw met een zwarte moeder en witte vader. Hoe licht-gekleurd ze ook is, ze geeft zwarte Britten een connectie met het meest Britse der Britse instituten. Met een bi-raciale vrouw in het paleis is de nationale identiteit niet enkel en uitsluitend meer wit. 

Als Harry iemand zocht die kon helpen de Britse royals relevant te maken voor alle onderdanen is Meghan Markle een goeie keuze. En als ze haar gebit kan aanpassen aan haar nieuwe omgeving is ze een perfecte prinses Meg.

13 oktober 2017

Country McCountryface




Is Groot Brittannie nog een serieus land? ‘Sinds de crisis van Suez heeft het land er niet zo pathetisch uitgezien als nu’, kopte The Economist, zelf een serieus weekblad. Een land op waarde schatten dat vorig jaar met Brexit onbekommerd stemde voor economische zelfkastijding is lastig. Maar heeft Groot Brittannie niet altijd iets lachwekkends gehad?


Met Boris Johnson als minister van buitenlandse zaken heb je een uithangbord dat zegt: als je maar lol hebt. En daar zul je mij niks tegen horen inbrengen. Maar als zijn Brexitbeleid zich beperkt tot ‘have my cake and eat is’, terwijl iedereen weet dat de gebaksdoos in Brussel staat, dan draagt dat niet bij aan de ontwikkeling van internationaal ontzag voor de Britse natie. Ik hoor tenminste niemand in Brussel zeggen: wauw, die Britten hebben het op een rijtje, die weten wat ze willen met de Brexit. Of: geen wonder dat ze een wereldrijk bestuurden met zo’n eersteklas ambtenarenapparaat. 

Maar er zitten meer ministers in Londen. De Britse minister van handel bijvoorbeeld. Liam Fox is ook een grap, maar van de tragikomische soort. Om hem moet niemand hardop lachen. Fox zei in juli dat overleg over een handelsakkoord met de EU ‘het makkelijkste in de geschiedenis van de mensheid’ was. In werkelijkheid zijn de onderhandelingen de meest ingewikkelde in de Britse geschiedenis. Die heel, heel lang is. 

En dan is er Theresa May. De antidosis tegen al die onverantwoordelijke losbandigheid. De enige volwassene in de Conservatieve partijtop. En een van de minst frivole (in de zin van humorloze) regeringsleiders op het westelijk halfrond. Maar een bloedserieuze inslag blijkt geen belemmering voor openlijk vertoon van dwaasheid. Als je bijvoorbeeld beweert dat het VK alle voordelen van EU-lidmaatschap kan behouden zonder de nadelen te hoeven incasseren, ben je ‘dwaas’, volgens Paul Jenkins, een vroegere Britse regeringsadviseur. Of ‘besluiteloos en onnozel’, zegt de Suddeutsche Zeitung over May.

Nou is Engeland (liever dan Groot Brittannie) volgens mij altijd een absurd land geweest. Bevolkt door mensen die zichzelf niet serieus nemen en het leven al helemaal niet, maar die met dingen gaan gooien als je aan hun royals komt. Of aan het voetbal. Of de TV soaps waarin de dosis menselijk leed overigens niet groot genoeg kan zijn. 

De afgelopen jaren werd de tendentieuze grip op de werkelijkheid steeds losser. Alsof je naar een zelfmoordenaar keek waarvan je weet dat zijn vingers vroeg of laat van de rots glijden. Brexit was het meest dramatische voorbeeld van hoe de proporties uit oog waren verloren. Maar niet het enige. Kort voor het Brexitreferendum waren de Britten voor een andere democratische keuze gesteld. Hoe moest een nieuw schip dat wetenschappelijk werk in het Poolgebied ging doen, gaan heten? De organisatoren hadden beter moeten weten. Wat elders een ongevaarlijke vorm van burgerparticipatie is, is in het VK een roekeloze onderneming. De winnaar met 124.109 stemmen was Boaty McBoatface. Aan de Raad van Natuuronderzoekers de ongemakkelijke taak zijn geloofwaardigheid te bewaren. Die van de ganse natie stond al op de wip. De Brexit, luttele weken later, zou de trend bevestigen.

Een paar weken geleden zag ik bij Parliament Square een handjevol kamerleden met gebogen hoofd in een kringetje staan. De Big Ben ging voor de laatste keer twaalf uur slaan. Onderhoudswerkzaamheden zouden de klok vier jaar stilleggen. Tenminste een volksvertegenwoordiger pinkte een traan weg. Binnen in het parlement werd gevraagd of de klepels niet een keer voortijdig van stal gehaald konden worden. Bij voorkeur eind maart 2019 om dan gepast de uittreding uit de EU in te luiden. De nieuwe bevrijdingsdag enzo.

Die stemming weerspiegelt het Brexitoverleg. Fantasierijk, onsamenhangend, nostalgisch, hopeloos. Niet serieus. Van de andere kant. Ik troost me met de gedachte dat het referendum vorig jaar alleen maar ging over wel dan geen uittreding uit de EU. Stel dat de vraag geweest was: hoe moet het Verenigd Koninkrijk gaan heten? Dan had je nu mooi met Country McCountryface gezeten.





19 juni 2017

May's inferno



‘Het probleem met de Conservatieven is dat ze zich gewoon niet interesseren in mensen die huren. En al helemaal niet in huurders van sociale woningbouw’. Een conclusie, dacht ik destijds, van een verbitterde Labour prominent die maar niet kon accepteren dat hij ooit verslagen was voor het burgemeesterschap van ‘de hoofdstad van de wereld’ door aartsrivaal Boris Johnson. Ken Livingstone was vorig jaar in Amsterdam voor de premiere van een documentaire-serie die ik had helpen produceren over Groot Brittannië. Londen heeft maar twee prioriteiten zei hij, terwijl we over de grachten liepen, woningen en openbaar vervoer. Zijn bestuur was op dat gebied, dacht hij, redelijk effectief geweest. De conservatieve schrijver en journalist Charles Moore had Livingstone om die reden ‘de enige succesvolle linkse politicus in het land’ genoemd. Boris Johnson, ‘een luie zak’, volgens Livingstone, had hem ‘oprecht verbaasd’ aangekeken toen hij het belang van betaalbare huurwoningen genoemd had. ‘Wat is het belang van huurders?’ zou hij gezegd hebben.

Indachtig de Conservatieve ideologie van de jaren tachtig, stond de koper centraal. Thatchers ideaal was om van het Verenigd Koninkrijk een natie van huizenbezitters te maken. Voor het eerst kregen huurders in gemeentewoningen de kans om tegen een zacht prijsje hun woning te kopen. Het leverde een miljoen woningbezitters op en een groot gebrek aan sociale huurwoningen. Dat tekort werd, opzettelijk, nooit opgelost. De centrale overheid maakt het de lokale autoriteiten nagenoeg onmogelijk om huurwoningen te bouwen. De Britten moesten kopen. In de decennia sindsdien kreeg de vrije markt alle ruimte de rol van de overheid steeds verder terug te rollen. 

Als de zwartgeblakerde Grenfell Tower een ding symboliseert, is het een cultuur van onverschilligheid jegens economische achterblijvers. De torenflat in Kensington is een verwijtende vinger aan laissez faire bestuur en ongelijkheid. Het is een monument voor een stadsdeel waar inwoners € 6000 neertellen voor een badkuip, maar waar datzelfde bedrag teveel was voor een brandveilige voorgevel voor een torenflat van 24 verdiepingen. Over oorzaak en schuld van de inferno kun je speculeren. Niet over politici die vorig jaar een motie verwierpen om ‘huurhuizen geschikt te maken voor menselijke bewoning’, die de aanbevelingen van deskundigen voor brandpreventie negeerden en die bewoners van Grenfell Tower, die zich beklaagden over brandgevaar, bedreigden met rechtszaken. Ik heb de afgelopen dagen, luisterend naar de overlevenden van de brand, regelmatig gedacht: misschien had Livingstone toch gelijk. 

De brand legde ook het premierschap van Theresa May in de as. Zelden is een reputatie zo snel en zo grondig vernietigd. Werd May twee maanden geleden, toen ze kamerverkiezingen uitriep, nog gezien als de meest bekwame politicus de gigantische Brexit klus in goeie banen te leiden, nu wordt haar politieke levensduur geteld in dagen. Het verlies van haar kamermeerderheid was een signaal dat de stemming in het land aan het omslaan was. Dat de laagste inkomens die door snoeiharde bezuinigingen bijna tien jaar lang opdraaiden voor de fouten die de financiele sector in 2008 maakten, daar niet langer voor aansprakelijk gesteld konden worden. De brand werd de katalysator van boosheid over bezuinigen die onder meer 7000 brandweermensen hun baan gekost hadden, die brandveiligheidsinspecties gereduceerd hadden met een kwart in vijf jaar tijd en bestuurlijke nalatigheid aangejaagd hadden. 

Premier May is niet bij machte het tij te keren. In de verkiezingscampagne was ze bekritiseerd voor het vermijden van contact met de kiezers. De brand was haar kans te laten zien dat ze niet ongevoelig was, geen mechanische Maybot. ‘Het minste wat je van een leider mag verwachten is dat ze het verdriet en de verwarring van de mensen verwoordt’, zeiden mijn (conservatieve) buren. May’s onvermogen empathie te tonen, bevestigt de afstand tussen haar en de kiezers. 

May lijkt het punt bereikt waar niets haar status meer kan veranderen. Ze is zo verzwakt dat alles wat ze doet geridiculiseerd en bekritiseerd wordt. Zonder de Brexit en zonder het verlies van een kamermeerderheid had ze het misschien gered. Whitehall is een machtig orgaan dat, verondersteld dat er geen onverhoedse dingen gebeuren, de wind uit de zeilen van iedere middelmatige premier kan houden.

‘Het land ziet er belachelijk uit’, schreef de Financial Times voor de brand. Het Verenigd Koninkrijk van vandaag lijkt behalve absurd, onstabiel en leiderloos. De regeringsleider vecht voor een omstreden gedoogakkoord met de meest sociaal conservatieve partij van het Koninkrijk. Woensdag moet haar nieuwe regering met een troonrede het parlementaire jaar opstarten. En daarnaast is er, allesoverheersend maar onbesproken, de Brexit. Loskoppeling van de EU is een proces dat even ingrijpend is voor Groot Brittannië als het verlies van de koloniën, maar vele malen ingewikkelder om uit te voeren. 


De aftrap van het Brexitoverleg is maandagochtend om 11u00. Er is geen einddoel, geen strategie hoe een akkoord te bereiken en geen vertrouwen dat het Brits parlement over twee jaar een overeenkomst zal accepteren. En de uitvoerder van dit alles, een premier die grip beloofde op haar eigen grenzen en eigen wetten, heet geen grip op haar eigen regering. Nog nooit schoot het ultraEngelse adagium keep calm and carry on zo tekort.

6 juni 2017

Huiver en humor




Drie aanslagen in England in 73 dagen. Geen wonder, wist The New York Times, dat het land duizelde van schok. Schok? Duizelingen? ‘Verwar droefheid niet met moed’, tikte J.K. Rowling de gerenommeerde Amerikaanse krant op de vingers. Schandalig, vond journalist Jason Cowley, dat Londen, ‘de city van de blitz aanvallen’, bang zou zijn. ‘Rouwen om de doden, ja. Door met de verkiezingscampagne’.

Of, beter nog, doorgaan met de humor gedreven sang froid. Niet voor niets de landelijke default setting in bange tijden. Staan ze in het Verenigd Koninkrijk dan nooit te trillen van schrik? Tuurlijk wel. Ook Engelsen kennen emoties. De hashtagDingenDieBrittenDoenDuizelen was snel trending. Terreur kwam op de lijst niet voor. Wel: mensen die naast je zitten in een lege bus. Verwarring over op welke dag de vuilniszakken buiten gezet moeten worden na een vrije maandag. En: prijsstijging van chocoladerepen. Terreuraanslagen kunnen Londen niet ontwrichten, twitterde een Britse commentator. ‘Dat kan alleen een dun laagje sneeuw’. 

De neiging de terroristen te bagatelliseren is groot en algemeen. De aanslagplegers zijn ‘gevaarlijke gekken’, ‘een stelletje idioten’, ‘amateurs die te dom waren een bom te maken en machinegeweren te kopen’. Het waren mannen die, toen ze met getrokken messen een zaterdagavond durfden te verstoren, werden teruggedrongen door mensen die hen met barkrukken, flessen, en glazen bekogelden. Zoals de Roemeense bakker die een moordenaar met een krat op het hoofd sloeg, de bouwvakker die onderdelen van een fiets naar een aanvaller gooide, de taxichauffeur die met zijn auto de daders probeerde klem rijden, ‘de jonge overwerkte en onderbetaalde ober die zijn lichaam tegen de glazen deur hield totdat de sleutels gevonden waren’. En natuurlijk de bewapende politie-eenheid die binnen acht minuten nadat het alarm geslagen was, de drie terroristen had doodgeschoten. 

‘Ik zag niet het barbaarse, ik zag het heldhaftige’, zei Richard Angell, directeur van Progress, die halverwege zijn maaltijd was in Arabica Bar and Kitchen toen de moordenaars binnenliepen. Hij had het geluk het slagveld te verlaten ‘met niet meer dan gespannen zenuwen en een verhaal’.  Angells boodschap in de Times is: ’als de lafaards die ons zoveel pijn bezorgden aanstoot blijven nemen aan het drinken van gin en tonic met vrienden, flirten met aantrekkelijke mannen en omgaan met sterke vrouwen, dan zal ik dat vaker doen, niet minder’. 

Het is wat je hoorde in Manchester en nu in Londen. Toen in de Noord-Engelse stad 22 jonge mannen, vrouwen, jongens en meisjes opgeblazen werden bij een popconcert, kwamen de overlevenden opdagen voor een nog groter concert waar ze nog harder zongen en nog enthousiaster dansten.  De kaarten, kaarsen en bloemen op de plekken des onheils getuigen dat haat het beste kan worden terugbetaald met liefde. En met het in ere houden van democratie, pluriformiteit en eensgezindheid, de wezenlijke onderdelen van een samenleving die de terreurdaders haten. 


Angell gaat deze week trouwens nog terug naar Arabica Bar and Kitchen om zijn rekening te betalen. Hij gaat met een groep vrienden en een stevige fooi op zak. ‘Londense obers moeten het even goed van hun fooien hebben om rond te komen als van hun lonen’. Teruggaan is het minste wat ik kan doen, zegt Angell. ’Bovendien had ik mijn eend met dadel nog niet op’.