18 maart 2015

Ik mis Tony Blair



Ik mijmer wel eens over Tony Blair. Hoe hij in eigen land gehaat wordt met een  passie, maar in vele verre buitenlanden kan rekenen op respect. Kan het applaus  buiten je landsgrenzen voldoende zijn om de koude receptie thuis te compenseren? En nu willen ze zelfs in het Midden-Oosten, waar hij acht jaar afgezant was voor Het Kwartet, van Blair af. Hij heeft er niks gepresteerd, behalve dat hij zijn zakken vulde met lucratieve contracten die hij sloot met kwalijke regimes in de regio, zeggen critici. De Palestijnse autoriteiten kunnen hem niet luchten. Een Amerikaanse functionaris verhaalde anoniem in de Daily Telegraph hoe ‘iedereen met de ogen rolt als Blairs naam genoemd wordt’. ‘Hij is hier niet meer geloofwaardig’. Zelfs zijn vrienden klagen dat Blair niet wil zien hoe zijn commerciële belangen zijn politieke rol in de weg zitten.

Adviseurs van David Cameron spreken over Blair, die drie keer achter elkaar de verkiezingen won, als The Master. Elders in het land is hij de leugenaar die onder valse voorwendselen Irak binnenviel en sindsdien permanent gebronsd en in handgemaakte overhemden de wereld overvliegt om dure toespraken te houden en wealth funds te adviseren. Dat kun je doen als je Bill Clinton heet, maar de Britten zien hun oud leiders liever wegkwijnen op de backbenches van het lagerhuis, dan hun lidmaatschap opeisen van de globale élite. Weet je dat 70% van het werk dat Blair doet pro bono is, zei ik vorige week tegen een paar vrienden. Ze wilden het niet horen. ‘Dat lachje alleen al van ‘m’, zei er een met een rilling. ‘Dat zalvende, Messiaanse, zijn narcisme, de overtuiging van zijn eigen gelijk’. Ik heb het een keer eerder meegemaakt, dat mensen op een politicus reageerden alsof hij bovenop een stapel kinderlijkjes stond. Bij een bijeenkomst waar de toenmalige held van links sprak, Tony Benn, zei een toehoorder alles aan Benn te haten. ‘Zelfs zijn wenkbrauwen’, gilde ze. 

Vijf keer hebben burgers geprobeerd Blair te arresteren voor oorlogsmisdaden. De beloning van (crowdfund) organisatie ArrestBlair.org staat op £ 12.438. In Londen wordt hij, op zijn best, gemeden. De voormalige held van doorsnee Engeland zal in de verkiezingscampagne aan de zijlijn blijven. De Labourpartij zal geen beroep op hem doen. Zijn cheques, bedoeld de partijkas van Labour voor de verkiezingen te spekken, zijn door drie kamerleden geweigerd. ‘Bloedgeld’. 

Ik mis Blair. Je hoeft alleen maar naar de huidige Britse partijleiders te kijken om te zien waarom. Ze zijn, in vergelijking, oninspirerend, opportunistisch, bloedarmoedig. Blair stopte passie in de politiek. Dankzij grenzeloze ambitie kon hij een vredesakkoord afdwingen in Noord-Ierland. Hij had een emotionele connectie met kiezers. Hij was een visionair en hij was Ons Soort Mensen. Dat was tenminste de perceptie. En Blair was meester in het projecteren van percepties. ‘Als Blair de verkiezingen wint, dan is dat omdat je hem achter een winkelwagentje bij Waitrose kunt voorstellen’, zei ik eens tegen een vriend die Blair goed kende. Grandioze foute inschatting, bleek. ‘Cherie (mevrouw Blair - LvB) zegt dat je er helemaal naast zit’, zei de vriend later. ‘Tony kan thuis niet eens de wasmachine vinden, laat staan dat hij weet waar hij een fles melk vandaan moet halen’. 


En toch. Toen hij na een premierschap van tien jaar opstapte, leek Groot Brittannië meer met zichzelf op zijn gemak. Minder verdeeld, moderner, een cooler Britannia. Maar dat kan ik nooit tegen mijn Britse vrienden zeggen. 

11 januari 2015

Nooit meer Life of Brian




De Britten, schrijft commentator Nick Cohen vandaag in The Observer, zijn de grootste lafaards ter wereld. De media laten nooit afbeeldingen zien van Mohammed. Britse historici kunnen hun verhaal dat de koran door mensen gecreeërd is (een godslasterlijke bewering volgens conservatieve moslims) met moeite kwijt. Omzichtigheid is het toverwoord in kunstwereld en musea, op universiteiten en redacties. Bovendien: mensen schofferen in het VK is strafbaar. Sectie 5 van de Public Order Act is zo breed dat praktisch iedere demonstrant gearresteerd kan worden als hij ‘shockeert of aanstoot geeft’. Na een avond stevig stappen vroeg ene Sam Brown een paar jaar geleden aan een agent: ‘Beseft u wel dat uw paard homo is?’ De politie spande een proces aan toen Brown weigerde de boete van € 95 euro te betalen.  

Van beledigen een misdrijf maken heeft vrijheid van meningsuiting aardig klem gereden. Afwijkende meningen, gewoon in Nederland en België, worden in het VK tegenwoordig gezien als ontoelaatbaar. Mijn indruk is tenminste dat Britten minder vaak dan vroeger geneigd zijn een wenkbrauw op te trekken en door te lopen. Terry Jones, een van de Pythons, zei kortgeleden te geloven dat Life of Brian nu niet meer gemaakt zou kunnen worden. Te riskant, dacht hij. In het huidige klimaat zouden orthodoxe christenen zonder veel moeite kunnen garanderen dat er niet met het leven van Jezus gespot werd.

Of het nou op straat is, op kantoor, de faculteit of on line, Britten voelen zich aangesproken en trekken van leer. Sinds 2011 onderzocht de Britse politie 20.000 klachten van mensen die zich in sociale media ‘beledigd’ voelden. Minister van justitie heeft beloofd de ‘maximale gevangenisstraf’ voor ‘misbruik on line’ te verviervoudigen.

Een overdreven omzichtigheid is de Britse omgangscultuur niet vreemd. Toen mijn (Britse) echtgenoot nog ambtenaar was op een Londense deelgemeente, mocht hij niet om ‘zwarte koffie’ vragen. De correcte keuze in de kantine was ‘koffie zonder melk’. 

Mijn Britse vrienden vinden wat ik ze heb laten zien van Charlie Hebdo, grof en racistisch. Ze kunnen zeker niet om de Franse spotprenten lachen. Ze snappen de vrijheid te beledigen, maar ‘hoort daar geen verantwoordelijkheid bij?’ Britse satire is anders. Ze is tweederde humor, eenderde woede. Ze is ondeugend en afstandelijk. De voorpagina’s van het Londense blad Private Eye zijn bedoeld je aan het lachen te maken, niet om te shockeren. 

Op de BBC (radio) hoorde ik gister een zoveelste debat over vrijheid van meningsuiting. Was het een absoluut recht of toch maar niet? Een van de deelnemers was een Franse journaliste. Zij vond dat Frankrijk nog een hoop kon leren van de manier waarop de Britten omgaan met minderheden. ‘Jullie moslims zijn veel beter geïntegreerd’, zei ze. ‘In Londen heb je geen banlieus. Hoofddoeken zijn bij jullie nooit een onderwerp van gesprek geweest, laat staan dat daar een verbod op is. Britse moslims worden meer gerespecteerd, minder bespot’.  


Maar nooit meer Life of Brian? Het lijkt alsof de Britten vrijheid van meningsuiting hebben ingeruild voor een relatief verdraagzamer samenleving. En dat de meeste Britten daarmee kunnen leven.

8 januari 2015

De ene Charlie is de andere niet.



We zijn allemaal Charlie, kopte de Times fier vanochtend boven het leidinggevend commentaar. O, echt? Allemaal? Even tellen. Van de twaalf landelijke Britse dagbladen (we laten de Racing Post buiten beschouwing - er was in Parijs geen renpaard omgekomen) heeft er geen enkele een spotprent van Charlie Hebdo op de voorpagina. Het vlaggenschip van de BBC, Newsnight, wijdde de hele uitzending aan het bloedbad in Parijs zonder een aanstootgevende cartoon te laten zien. Channel 4 News zei half verontschuldigend, half uitleggend, dat het niet tonen van omstreden spotprenten bedrijfsbeleid was.

Anders gezegd: terreur werkt. Wat we eigenijk, na de publicatie van Salman Rushdies Duivelsverzen (1988) al vermoedden. En wat we zeker wisten in 2005 toen niemand in Groot Brittannië de omstreden, Deense spotprent van De Profeet durfde afdrukken. Nou heb ik makkelijk praten. Ik opereer in de softe, wollige hoek van de journalistiek. Ik hoef niet bang te zijn voor mannen met mitrailleurs die de deur van mijn werkkamer opentrappen. Ik heb geen personeel voor wiens welzijn ik verantwoordelijk ben. Mijn grootste angst tijdens mijn werk is koffie over mijn toetsenbord te krijgen. 


Maar, zoals David Aaronovitch schrijft in de Times, :‘een reden waarom Charlie Hebdo doelwit werd, is omdat wij lafaards zijn geweest’.  In Britse satirische programma’s en bladen wordt van alles en nog wat gehekeld, maar niet de islam. En hoe meer wij, de gevestigde media, de andere kant opkijken, des te meer bladen als Charlie Hebdo ‘die roekelozer zijn of meer gehecht aan vrijheid van meningsuiting, excentrieker lijken en geisoleerd staan’. ‘Wij, die niet publiceren waar moslims aanstoot aan kunnen nemen, maar waar niemand anders zich aan stoort, maken iets abnormaal wat in feite normaal zou moeten zijn’, zegt Aaronovitch. Conclusie: omdat we met twee maten meten hebben we meegeholpen van Charlie Hebdo doelwit te maken. 

24 december 2014

kertsstemming



De Engelse kerst bestaat niet. De term suggereert dat er een landelijk herkenbaar evenement is, terwijl het er duidelijk twee zijn. Je moet dus kiezen waar je voor gaat. En dat is niet eenvoudig omdat beide kersten (want dit is Engeland) aan de extreme kant zijn. De eerste helft van het kerstseizoen laat je je makkelijk  verleiden door de elegante glamour van Bond Street. De stijlvolle étalages, de briljante briljanten bij de juweliers, de slee van de kerstman in Covent Garden, opgetrokken uit 70.000 legosteentjes. OK, we schrappen de slee en de lego en gaan voor een kerstcocktail in de bar van het Royal Opera House (Christmas Cosmopolitan, iemand?) bekijken de kerstmanden bij Fortnum & Mason (Imperial kerstmand £ 5000) en komen tot stilstand in een van de café‘s in Piccadilly waar vrouwen met boodschappenlijsten langer dan het verdrag van Rome, tobben over de samenstelling van het kerstdiner. Het menu is het probleem niet. Dat ligt, sinds ze de eerste funderingen legden van de stal in Bethlehem, muurvast. Het probleem is om kalkoen en christmaspudding ieder jaar weer verrassend te maken. Spruiten mogen niet meer, zoals vroeger, een week tevoren worden opgezet zodat je ze met een rietje naar binnen kan werken. Ze verdienen nu een blancheerbehandeling met nootmuskaat en knoflook teneinde beetgaar ten tafel te komen. Dank je wel Jamie ‘bish bash bosh’ Oliver. 

Maar zo rond de twintigste begint al die goede smaak je de strot uit te komen en snak je naar de andere Engelse kerst. De kerstmis van cocktails die Snow Job heten, van rendierdiademen met aan-uit lampjes, van de kersttruien en de winterwonderlands. Vooral de winterwonderlands. Overgewaaid uit de VS in 2008 zijn dit pretparken die een winterfestival beloven en nooit waarmaken. De kerstmannen zijn altijd te dun, de rendieren blijken vervangen door reumatische pony's en het beloofde sneeuwlandschap is een drassig parkeerterrein. Dat laatste is steeds opnieuw een grote verrassing voor een land waar de gemiddelde kersttemperatuur zes graden boven nul is en de gemiddelde winterneerslag regen. Winterwonderlands zijn immer diep, diep teleurstellend. Het uitblijven van een succesformule leidt tot journaals met huilende kinderen die tevergeefs naar rendieren zochten en boze ouders die hun entreegeld van € 40 terug eisen. En waarvan je weet dat ze het volgend jaar, zodra een nieuwe entrepreneur met enkelbanden belooft dat zijn Lapland de real deal is, vooraan in de rij staan voor kaartjes.  


Er zijn vele soorten crisis, maar de existentiële kerstmiscrisis is op te lossen. Je draait gewoon een paar diensten als vrijwilliger in een daklozencentrum. Al Londens 4000 daklozen kunnen in de kerstweek op diverse plekken terecht voor bed, bad en drie warme maaltijden per dag. ‘Mijn’ centrum biedt IT-cursus, kapper, tandarts, kleren, tafeltennis en live-muziek. De honderden die er werken zijn allemaal vrijwilligers. Ik had mijn levendigste debat gisteravond aan de deur van de geïmproviseerde bioscoopzaal toen de belangstelling voor een documentaire over het leven van Leonard Cohen slechts een man groot was. De man in kwestie was overigens voor zijn kerstweek in Londen uit Somerset komen lopen. Hij had er zes dagen over gedaan. Het mocht niet baten. Het werd ‘Dawn of the Planet of the Apes’. Mijn favoriete plek is de poort waar Claire en ik een lange dienst draaiden zoals stewardessen dat deden voor het tijdperk van Easyjet. Welkom, riepen we tegen mensen die gewoon zijn weggejaagd te worden. Kom binnen zeiden we met een brede grijns. Daar kunt u zitten. Hier en hier kunt u uw spullen kwijt. We komen zo rond met het menu. ‘Ik loop iedere dag langs hotel Claridge’, zei een dakloze gast, ‘en daar hebben ze maar een portier. Hier zijn er twee en ze heten me nog welkom ook’. En dat is dan wat ze volgens mij bedoelen met de Christmas spirit.