29 juni 2010

Engerlaaaand

Het zal wel aan het weer liggen, maar soms kan een mens innig tevreden zijn hier te wonen. (WK? Who Kares? Da's geschiedenis). Twee ervaringen deze week die me bijna de Engelse vlag weer op de fiets deden binden. Eerst gisterochtend de man van Tesco die de boodschappen kwam afleveren. En niet zomaar een man, maar een die desgevraagd alle drank op de hoogste planken wegzette, zonder daarbij in elkaar te schrompelen als een lekgeprikte ballon. Of zich met een excuus uit de voeten te maken alsof hij de laatste helikoptervlucht uit Saigon moest halen.

De Tescobaan was maar tijdelijk, zei hij. Als student hoopte hij met chaufferen voor 's lands grootste supermarkt, genoeg geld te verdienen om zijn vader naar Londen te halen. Hij was Afghaans en had met zijn familie eerst in Rusland gewoond, later in Kazakstan en Azerbajan. Engeland was paradijselijk in vergelijking. 'Niemand kijkt hier op je neer. Je wordt overal hetzelfde behandeld. In Kazakstan waren we een minderheid. We werden gehaat. Hier maakt het niet uit wie je bent'.

's Avonds naar de premiere van een documentaire over Hongaarse zigeuners. De regisseur, een vriendin, had een gezin gevolgd dat probeerde zich in Bolton, Noord-Engeland, te vestigen. Het gedrag van de Engelse buren varieerde van onverschillig, via neutraal tot uitgesproken behulpzaam. 'De Pakistanen zwaaien al als ze me in de verte zien', zei de vader en keek erbij alsof hij liever door hen genegeerd werd. 'Ze denken dat wij Paki's zijn'. 'Dit moet het enige land zijn', zei hij, eenmaal ingeburgerd, 'waar het beter is een donkere huidskleur te hebben'.

Maar wie hebben we hier? Ene Charlotte Lewis, parlementaire kandidaat voor de British National Party. Op Facebook grijpt Lewis nog even terug naar Derrick Bird, die eerder deze maand op het Noord-Engelse platteland twaalf mensen doodde. 'Ik wou dat Bird naar Londen was afgereisd en wat illegale immigranten had doodgeschoten, liever dan zijn medeBritten', schreef ze. Waarmee je, voordat je anti racismewetgeving kunt zeggen, weer helemaal terug brengt in de andere werkelijkheid.

1 juni 2010

goedkoop winkelen

Eigenlijk kon het natuurlijk niet. Een Poundlandwinkel in de nette, Londense buitenwijk Twickenham (gemiddelde prijs voor een vierslaapkamerwoning acht ton). Poundland is synoniem voor alles wat niet deugt aan Engeland. Het is goedkoop (niks duurder dan een £1) en smakeloos. Het wordt bezocht door het soort Engelse vrouwen dat eruit ziet alsof ze, om Carl Lagerfeld te citeren, hun haar van achter niet gekamd hebben. Mannen winkelen er met ontbloot bovenlijf. Het personeel heeft de agressiefste tatoeages. Een shoppingparadijs, kortom, voor Tokkies en aanverwanten.

Wat was er mis met een overdekte farmers market? Of een cafe met onbespoten koffie en thee? 'Poundland is niet iets waar Twickenham behoefte aan heeft', citeerde de plaatselijke krant een inwoonster. Anderen hadden een anti Poundlandcampagne opgestart op Facebook.

Ik was een van de eerste shoppers in de nieuwe Poundland (ik woon in Twickenham). Ik was er nog voordat de actrice uit Coronation Street het lint had doorgeknipt. Vorige week las ik dat twee maanden na de opening Poundland de drukstbezochte winkel in de regio is. Mensen die vorig jaar nog liever hun oogleden aan de vloer vastnietten dan de drempel van een spotgoedkope zaak over te stappen, komen met tassen vol shampoo, batterijen, balpennen, afwasmiddel en kinderspelletjes de deur uit. 'Middle England is dol op ons', zei de oprichter van de keten. 'Het enige waarover geklaagd wordt is over de rijen voor de kassa's'.

Het zal best dat de recessie de shoppinggewoontes van 's lands yummie mummies heeft bijgesteld. Maar vlak de voldoening een koopje binnengehaald te hebben niet uit.

Er zit een nieuw cachet aan zuinig winkelen. 'Een paar maanden geleden kende ik niemand die in zaken als Aldi of Poundland inkopen deed', zegt een vriendin. 'Nu gaat iedereen er prat op de goedkoopste spullen gevonden te hebben'. Ze noemt het omgekeerd snobisme. Waarna ik niet meer durf te zeggen dat ik Poundland oversla sinds ik de 99p shop gevonden heb.

25 mei 2010

Queen's speech



Ik droomde erover. Dat de regering van Cameron en Clegg (Cameregg) haar plannen de Britse politiek te moderniseren, ging uitvoeren. Te beginnen met het afschaffen van 'de glitz en glamour' van de Britse prinsjesdag.

De Queen's Speech is het hoogtepunt van het parlementair seizoen. Het duurt niet lang, maar er komt gigantisch veel bij kijken. De avond ervoor moet de kelder van het parlement worden nagekeken op fanaten met lucifers. Dit omdat een aantal fundamentalisten probeerden het bij een vorige prinsjesdag op te blazen. In 1605.

Voor de majesteit begint het feest als ze om 11.00 in avondkledij de koets neemt naar het parlement. Haar kroon en scepters zijn in aparte koetsen net iets eerder vertrokken. In het hogerhuis, waar de adel zetelt, wordt ze opgewacht door oude mannen met titels die haar naar de kleedkamer begeleiden. Voor het geval Elizabeth, die het vandaag voor de 56ste keer deed, vergeten is dat ze daar haar kroon opzet. Als die eenmaal zit begint de optocht naar de troon. De mannen die haar op dit onderdeel begeleiden hebben de beste titels. Blue Mantle Pursuivant. Arundel Herald Extraordinary. Alsof je een menukaart (nagerechten) openslaat. Wat ze doen, of deden, weet niemand.

Zodra ze om 11.30 op de troon zit wordt een andere titel, Black Rod, met witte, kanten bloes, zwarte kousen en schoenen met gespen naar het lagerhuis gestuurd. Daar krijgt hij de deur in zijn gezicht gesmeten, omdat de volksvertegenwoordigers niks van koninklijke afgezanten willen weten. Pas als hij een paar keer met een stok op de deur getimmerd heeft en de fraktieleden beleefd verzocht heeft zich naar 'the other house' te begeven omdat de majesteit wat te melden heeft, volgen alle 650 hem, twee aan twee in een rij als dieren de ark in.

Het heet de Queen's Speech, maar het enige wat ze doet is hem voorlezen. De regering heeft hem geschreven. Hare Majesteit verwoordt hem enkel. Een soort karaoke zonder muziek.

In het bomvolle hogerhuis schitteren de lords en ladies in rode met hermelijn afgezette mantels en met juwelen die met vrachtwagens uit Tiffany's zijn aangesleept. Voor de lagerhuisleden zijn er enkel staanplaatsen.

Vroeger was het spannendste onderdeel van de procedure het moment waarop de Lord Chamberlain met toespraak en al achteruitlopend, de treden van het podium afliep. Daar was middagen op geoefend. Sinds kort mag hij de majesteit zijn rug laten zien als hij wegloopt. En er zijn meer wijzigingen. De processie is ingekort. De Silver Stick in Waiting is uit het script geschreven. En eigenlijk heeft de opening van de parlementaire zitting zich al aardig aangepast aan de vorige eeuw. Waar heeft Nick Clegg het over?

15 mei 2010

Laatste minuten

Of ik niet liever in Downing Street wilde gaan staan, dan mijn verhaal doen vanuit een studio, vroeg Terzake (VRT t.v.). Nergens doen ze politieke hoogte- en dieptepunten met zoveel Sturm und Drang als in Engeland. En nergens werkt de geografische lokatie de dramatiek van het moment zo tegen. Behalve 'de beroemdste voordeur ter wereld', heeft Downing Street niks mee. De bovenhuizen zijn te klein voor gewone gezinnen en buiten is het te donker om er een witte was te drogen. Downing Street is heel doordeweeks. Behalve dat dinsdagavond, 11 mei om 18.45 zo'n vijftien cameraploegen zich hadden opgesteld pal tegenover Nummer Tien, plus schat ik, een dikke twintig fotografen en verslaggevers.

Wat we niet wisten was dat binnen een premier bezig was zijn laatste, politieke adem uit te blazen. 'Er zijn geruchten dat Brown vanavond nog opstapt', zegt een collega. 'Maar het moet wel voor tienen, want eerste ministers ontslaan en nieuwe benoemen na dat tijdstip, dat doet de majesteit niet'. Gelach. 'Maar er is nog niks bevestigd'. 'Je weet hoe het gaat hier. We make it up as we go along'.


Binnen, begrijpen we later van de fotograaf van de Guardian, Martin Argles, die Browns laatste dagen vastlegt, heeft het kabinet zich verschanst in de War Room. In de kamer ernaast zit Brown aan de telefoon met Nick Clegg, leider van de Liberaal Democraten. 'Nick, Nick, ik kan niet langer blijven wachten', zegt Brown. Het is 19.10. Ik hoor binnen mensen klappen. Heeft Brown een afscheidsspeech gehouden? Treedt hij direct af? De zwarte deur naast die van Nummer Tien gaat open. Een rij medewerkers komt naar buiten en gaat op de stoep staan. Niemand zegt iets. Een paar snotteren met gebogen hoofd. Het is 19.16. Ik begin aan mijn verhaal voor Terzake. Uit mijn ooghoek zie ik de fotografen als een kudde wildebeesten naar links rennen. Als ik me omdraai wordt een lessenaar met een microfoon de straat op gereden. En dan komt Gordon Brown naar buiten. Het is 19.20. Hij vertrekt, zegt hij, uit de 'op een na belangrijkste baan die ik ooit zou kunnen hebben'. Maar hij hecht meer waarde aan de belangrijkste; 'die van echtgenoot en vader'. Op tien meter afstand zie ik hem slikken. In Washington had zelfs de pers geapplaudiseerd. In Downing Street blijft het stil. Vrouw Sarah draait zich om, loopt terug naar binnen, en komt met John en Fraser naar buiten. De zonen zijn niet eerder gefotografeerd. Dan is het de auto in voor de laatste rit naar Buckingham Palace. Ik zweer dat uit de schoorsteenpijpjes van Numer Tien witte rook komt. Nog geen uur later staat de nieuwe premier, David Cameron, op de stoep.


Het wisselen van de wacht is een wrede zaak. Er zijn geen regels voor hoe je baan als premier te verliezen maar je waardigheid te behouden. Ik weet nog hoe John Major in 1997 rond een uur of twee 's nachts erkende de verkiezingen verloren te hebben. Acht uur later stond de verhuiswagen op de stoep. Major taaide af naar een cricketwedstrijd. 'We make it up as we go along'.